De tombe van Anneke Brassinga

 Het ochtendnieuws zegt dat Anneke Brassinga de P.C. Hooftprijs krijgt. Al dagen ligt haar nieuwe bundel 'Het wederkerige' naast mijn toetsenbord. Vanavond zal ik aan Anton de Goede in het Torpedotheatertje aan de Pieterspoortsteeg mijn radioverhaal vertellen.

 Waarin Anneke jarenlang rondwandelde. Laatstelijk in 2011 toen ze me twee uur lang meenam naar haar jeugd in Schaarsbergen. Nog steeds te beluisteren in het Avonden-archief. Dan hoor je hoe radio kan gaan. Zeggen wat je denkt. Het hart op de tong. Niet eenvoudig om het daar te krijgen. Net zo min als op het puntje van de pen. 

 Wij gingen op weg naar haar geboortehuis, diep in het bos bij Schaarsbergen. Het huis waar ze leerde lopen, waar haar ouders gelukkig waren maar van waar ze na een jaar weer ver­huisden. Haar geboortejaar (1948) waar ze zich niets van herinnert was hier bewaard 'als in een graftombe', zei ze vooraf. Eenmaal daar praatte ze over haar jeugd, haar leven en schrij­ven 'waar alles van afhangt' als een barones van Münchhausen.

 Er was naar het scheen een oude kunstschilder in dat huis getrokken. Wij vonden het, aan het eind van een weg het bos in, bij een heitje. Met rondom gesloten deuren. Worstelden ons door het struikgewas. Tot er een deur openging en een oude heer in kamerjas verscheen. De schilder, die er nog steeds woont liet ons binnen en Anneke zag het interieur dat hij, zei hij, volstrekt ongewijzigd had gelaten. Wij keken rond in Annekes onherinnerbare jeugd. De microfoon keek mee.

 Anneke en ik waren verre buren, ze woonde hoog boven het Sarphatipark, waar ze nooit kwam. Alleen die zeldzame keren, zei ze, dat ze zichzelf 'het park waardig keurde'. Kortgeleden verhuisde ze. 

Samuel Pepys (1633-1703)

 Spreek uit 'Pieps', zeggen generaties. Was een held van de 'tweede rij' in mijn vaders boekenkast, die zulke brede planken had dat achter de eerste rij een tweede kon schuilgaan. Daar vond je de boeken waar 'wat in stond'.

 Fanny Hill, 'The naked and the dead' van Mailer, Frank Harris, Henry Miller, nogal wat A­merikaanse, op de Avati-covers gekocht met een bruin vloeipapieren kaftje van im­portfirma Van Gelderen er omheen. Want er waren veel heren met hoeden en tweede planken waarvan niemand hoefde te weten.

 Een vaste aanwezige op veel vaderplanken was Samuel Pepys. De naar het heette vrijmoedige dagboeken van de Engelse diplomaa­t uit onze Gouden Eeuw, die ook Den Haag bezocht.

 Ik las ze als ik ziek op mijn vaders studeerkamer werd gelegd. Koorts en boeken 'waar wat in stond' zijn sindsdien verbonden. Nu is er een nieuwe vertaling door Robbert-Jan Henkes van de dagboeken van Pepys. En eigenlijk 'staat er weinig in'. Als je heel lang bladert kom je bij deels met Spaanse of Franse woorden geschre­ven passages (1668) als deze. Deb is een dienstbode: 

'... na het eten laat ik mijn haar kammen door Deb, wat me het grootste verdriet heeft bezorgd dat ik ooit op deze wereld heb meegemaakt; want mijn vrouw kwam plotseling naar boven en vond me in omhelzing met het meisje con mijn hand sub su rokken en inderdaad zat ik met mijn main in haar poesje. Ik wist absoluut niet wat ik moest doen en het meisje ook niet; en ik probeerde het weg te wuiven, maar mijn vrouw was sprakeloos en werd boos, en toen ze haar stem terugvond, raakte ze geheel buiten zichzelf (...).'

 De echtelijke ruzie die volgt duurt vele, vele dagen. Beschreven alsof het gisteren was. Maar 'gebeuren' doet er weinig. Pepys is een meester in huiselijkheden.

Orwelliaanse Kerst

 Lange tijd - en nog - was wat je verafschuwde aan bureaucratie Kafkaiaans. Wie het zei had zelden een letter Kafka gelezen. Nu is het Orwelliaans. En met reden, in de surveillancemaatschappij. Lees Orwell met de Kerst.

 Het meest veelzeggende in '1984' is het beeldscherm, dat in alle huizen een wand vult. Het is een tweezijdig scherm. Aan de andere kant zit Big Brother, die alles van je weet. De Gedachtenpolitie waakt.

 En daar ben je bij Edward Snowden, die liet zien hoe de NSA met ons goedvinden precies het zelfde doet. Snowden, die uitlegt hoe de technologie sinds Orwells boek, dat in 1948 verscheen, is voortgeschreden. Iedereen loopt vrijwillig met aftapbare microfoontjes en camera's over straat en is overal traceerbaar, 'terwijl de wereld steeds onvoorspelbaarder en gevaarlijker wordt.'

 Orwell had met de communisten in de Spaanse burgeroorlog meegevochten en was er als een vurige anti-Stalin­ist uit gekomen. De roman 1984 is zijn schrikbeeld van een Stalinistische toekomst. Linkse intellectuelen van toen als Sartre bezochten intussen braaf Moskou.

 En nu, geheel in de traditie, na het vallen van de muur ontstond de surveilance maatschappij opnieuw. Uit de angst na 9/11. En de taal van die beveiligingsmaatschappij met z'n compounds en bewakingsmanie doet denken aan Orwells 'Dubbeldenken' en zijn 'Nonpersonen' – de stilzwijgend uit de bestanden verwijderde mensen. 

 Ik herken dit. Daar staat Kirill Gradov weer voor me. De Rus die naar Amsterdam ontkwam en me als eerste, in de jaren '70 uitlegde wat een 'Sovjet-mens' was: 'Je bent altijd minstens drie mensen tegelijk. En, je bent nooit alleen.' 

De toekomst van gisteren

 Wat als de Duitsers nu eens de Tweede Wereldoorlog hadden gewonnen. Zo moeilijk was dat niet geweest. Meteen oversteken naar Engeland, het met Stalin op een akkoordje gooien en de Amerikanen te vriend houden..

 Dat is wat je door het hoofd gaat bij 'Carthago' in het Oudhedenmuseum in Leiden. Harry Mulisch opperde het in zijn 'De toekomst van gisteren'.

 In het geval van de Punische oorlogen tussen Rome en Carthago is het dan wél gebeurd. Hannibal, de grote stuntman die met zijn olifanten de Alpen over trok redde het niet. De verkeerde partij won.

 Wat overblijft is de gymnasiumkreet van senator Cato dat Carthago vernietigd moet worden. Gisteren onderstreepte Fik Meijer in z'n Huizinga-lezing dat de eerste Romeinse vlootoverwinning door Duilius op de zeemacht Carthago het begin van het einde was.

 De Carthag­ers kwamen uit de Libanon, stonden artistiek op hoog peil, vonden het droogdok uit, werkten samen met de Griekse stadstaten op Sicilië. Tot de Romeinen, hun Duizendjarig Rijk begonnen te bouwen. Nog lang sprak men in Carthago Punisch, ook Augustinus die er vandaan kwam.

 Maar achteraf - winner takes it all - zijn de Carthagers inktzwart gemaakt. Ze zouden zelfs kinderoffers gebracht hebben. De Romeinse historicus Polybius schreef ze weg. En het was nota bene Flaubert die het hem in zijn historische roman Salammbo nogeens slaafs naschreef.

 De winnaars namen mee wat ze konden gebruiken. De stad werd in 146 vChr. vernietigd. Veel bleef er niet over, wat je in Leiden ziet is een handvol aardige beelden, plattegronden. De toekomst van gisteren is onverbiddelijk. Pas veel later ontstond er een Romeins Carthago.

Spons in ons

 Hoe kan het dat ik niet uiteenval, in duizend stukjes? Soms denk ik dat nog te voelen. Die samenhang, weet ik nu, stamt uit de tijd dat ik nog een spons was. De spons in mij houdt me bij elkaar.

 J.B.Matto was met diepzee onderzoekers Anna en Erik mee op sponzenonderzoek, op de riffen voor de kust van Bonaire. En noteerde bevindingen van allerlei soort in een vermakelijk boekje. Onder meer over samenwerkende cellen.

 Bevat ons lichaam nog sporen van spons? Het genoom van mens en spons is voor minstens 70% het zelfde. En we bestaan voor 75% uit vocht.

 De spons blijkt een mirakel: 'Hij vormde als een soort longen, hart en lever de basis voor een leefbaar rif en overigens van leven überhaupt.'

 Op de meeste vierkante meters aarde is nog nooit iemand geweest, leer ik. Er wordt gedoken. We zien wat op een landschap van schoorstenen lijkt uit een vervlogen industrieel tijdperk: 'Anna legt uit dat het een complete fabriek is die zo'n 15 liter water per seconde absorbeert, filtert en uitscheidt.'

 Dat is de 'vatspons', een oerdier dat wel tweeduizend jaar oud kan worden. Het produceert behalve schoon water ook grote hoeveelheden voedsel voor vissen en andere dieren 'onder andere door zichzelf op te eten'. 

 Boven het 'fabrieksterrein' stijgen uit de bruine vaten een soort onderzeese rookwolken op. De voortplanting. 'Dat doen ze, noodzakelijkerwijze, ook nog eens allemaal tegelijk, de mannetjes dan, dus je zweeft op zo'n moment in een soort smog van sponzensperma.'

 Waarom we ooit aan land kropen weet niemand. Met vissenvinnen aan land kruipen valt niet mee. Er moeten wel heel dreigende zeemonsters geweest zijn die ons het land op jaagden. 

Watervlo

 Helga Ruebsamen lezen is je onderdompelen in een bad van vertrouwelijkheid. Ze zal je eens wat vertellen. In de aanloop komen haar twinkelogen. Ken jij? Nou..

 Die twee broers dus, de beroemde dichter en de schilder, met wie ze een tijdje ging. Moet je horen, er kwam in het Bergense café een jochie binnen met een plastic zak water vol watervlooien. En dan:

 "'Ach, de watervlo...,'" sprak de dichter vertederd. Hij keek alsof hij een groots visioen had... 'Ja, de watervlo,' beaamde de schilder ontroerd. Hij zag het visioen ook. 'Weet je het nog?' vroeg hij zachtjes aan zijn broer. 'Natuurlijk weet ik het nog!' antwoordde deze streng.'"

 En dan komt het:

 "'De watervlo die is geen vlo...,' begon hij op veelbelovende toon, de dichter die alle grote Nederlandse poëzieprijzen heeft gekregen. Het leek geen vers van eigen hand te zijn dat hij reciteerde, maar aan alles was te merken dat het heel zijn hart had. Hij zei het met sonore stem en zijn ogen fonkelden. 'De mensen noemen hem maar zo!'

 Zijn broer hoorde de eerste zinnen stralend aan en zei vervolgens de rest van het vers, even enthousiast als welluidend, met hem mee.

 'Het is een heel klein soortje kreeft dat slechts in 't beste water leeft dus wees niet boos als U hem ziet want dat verdient hij zeker niet hij zorgt voor onze waterzuivering en dat is een belangrijk ding!'"

 Gerrit en David Kouwenaar ja, beschreven door Helga in haar nieuwe bundel stukjes 'Ruimschoot de tijd', uitgegeven bij Reservaat..  

Verdwalen

 Wat overkomt je als je verdwaalt? Zoals zo vaak als het er op aankomt hebben we weinig meer dan de literatuur. Wolfgang Herrndorf, die mij deze winter vergezelt, schrijft er in zijn dagboek over.

 Op 20 mei 2012, om 23:12 was hij net verhuisd, weg van zijn rumoerige onderbuurman. Hij koopt chocola en Der Spiegel en verkent zijn nieuwe woonomgeving. De hersentumor heeft zijn oriëntatievermogen aangetast: '...ik fiets twee uur de straten rond mijn nieuwe huis af, zonder de weg terug te vinden. Geen Noordoever, geen kanaal. De Amrumer Strasse komt me bekend voor maar de huizen en perspectieven zijn toch verkeerd, ook is de richting vermoedelijk verkeerd. Ik draai 180 graden. Nu heet de Amrumer Strasse de Afrikanische Strasse, en de Leopoldplatz is verdwenen. Kleine en steeds kleinere straten, waarvan de ene helft naar Belgische steden is genoemd, de andere naar Afrikaanse staten. Turijn en Kiausjoe vallen uit. Samoastraat. Was dat niet een Duitse kolonie? Voor hersenspecialisten een koud kunstje om daaronder een reëel bestaand labyrint van straatjes en een ramp van stratenplanning terug te vinden, op een mislukte wereldkaart. De Genter Strasse, Utrechter Strasse, Limburger Strasse. Brussel, Antwerpen, Oeganda, Zambezi, Zanzibar, een heel pak voor een broeksknoop.'

 Hoe te ontdekken waar hij is? Op bushaltes staan kaartjes, maar als hij daarop gaat kijken vergeet hij daarna van welke kant hij ook weer kwam. Helaas is hij z'n mobieltje vergeten, waarmee zijn vriendin hem eerder naar huis heeft kunnen gidsen. Hij was toch altijd zo'n briljante strateeg?

 'Links voert een zessporige weg eindeloos kaarsrecht het donker in, rechts net zo. Ik kies de door mijn innerlijke intuïtie onmiddellijk als onjuist ingeschatte richting, en het blijkt de goede.' 

 Op 29 augustus tegen 23:15 schoot Herrndorf zich - volgens plan - met een revolver door het hoofd. Niet ver hier vandaan, aan de oever van het Hohenzollernkanaal. Op misplaatste reacties op zijn dagboek, dat als blog te volgen was, schreef hij terug 'Wat status betreft is hersentumor natuurlijk de Mercedes onder de ziekten.' Met een prostaatkanker had hij niet durven aankomen. 

 ps. Waarom juist hier? Op 20 september 2012 om 8:30 noteert hij: ''Elke morgen is het kanaal door Salomon van Ruysdael geschilderd.''  

Hondenwonder

 Er is iets grondig mis tussen mensen en dieren. Wanneer de honden in opstand komen en de straten van Boedapest vullen lijkt het wel georganiseerd verzet, als in Hitchcocks 'The Birds'.

 Dat honden gedresseerde moordmachines zijn was ik even vergeten. Ook Hagen, de zwerfhond waaraan de dertienjarige Lili haar hart verpand heeft, herinnert het zich pas als hij door haar vader op straat is gezet is en in handen van een vechthondentrainer gevallen.

 Kan het ooit nog goed komen tussen bazen en honden? De film White God - de baas is god - begint in het slachthuis waar Lili's vader werkt. En eindigt daar ook.

 Als de opstandige meute na een rondgang langs slagerijen en wraakoefeningen op bazen daar is aangekomen kan alleen een wonder Lili, haar vader en de film nog redden. En dat gebeurt. Ik verklap niks, maar de Rattenvanger van Hameln is niet ver weg.

 White dog van Kornél Mundruczó is een onmogelijk verhaal: tekenfilm - de hondenvangers lijken zo uit Donald Duck weggelopen - bloedige thriller en 'I love you dad' wisselen elkaar voortdurend af.

 Het knappe is dat in al die met elkaar vervlochten vormen het thema terugkeert. Het is mis tussen mens en dier, daar helpt geen sprookje aan. 

Orwells standbeeld

 George Orwell zou een standbeeld krijgen. Bij het nieuwe BBC-gebouw, de organisatie waar hij in 1941-1943 werkte. De bronzen Orwell zou neerkijken op het komende en gaande BBC-personeel, met achter hem citaten uit z'n werk.

 Er is helaas geen radiowerk van hem bewaard. Hij werkte in de Eastern Service, en wat hij naar India uitzond was achteraf pure propaganda. Kennis die hij weer gebruikte in zijn boeken. Net als wat hij opstak in de vergaderkamers van de BBC.

 Een beeld van Orwell als onderzoekende, deelnemende journalist, daar draaide het om. Of ie als nette jongen nou borden waste in Parijs, hop plukte of de mijnen in ging bij Wigan Pier. Een Günter Wal­raff avant la lettre, die zich afbeulde. Zijn vroege dood aan tbc kwam niet toevallig.

 Geld voor het beeld werd bijeengebracht door oa. Rowan Atkinson, Tom Stoppard en Michael Frayn. Maar het ontwerp van Martin Jennings is nu afgekeurd. Geen wonder als je diens al te naturalistische beeld van Philip Larkin ziet. Jennings, werkte aan een twee meter zeventig hoge levensechte Orwell, die in 2016 onthuld zou moeten worden, achter de openlucht BBC-pingpongtafel.

 Hoe nu verder? De Financial Times noemde Orwell al de 'patroonheilige van de journalistiek'. Maar dat zou Orwell hebben afgekeurd: 'Heiligen zijn schuldig tot hun onschuld bewezen is.'

 Intussen komen er nieuwe Hollywoodfilms van 1984 en Animal Farm. Geen wonder, Orwelliaanse regimes heersen overal ter wereld. Hij hield trouwens niet van standbeelden. Vond dat zo'n beeld een heldere blik op het personage in de weg stond. 

Tags: 

PC toen

 Vandaag verschijnt op de Beurs van Bijzondere Uitgevers een boek over 125 jaar het studentenblad Propria Cures. Dit over de twee jaar die ik daarvan meemaakte.

 In de jaren 1967‑1969 was het winter, ook als het zomer was. Heel Amsterdam was links behalve wij. Het redactielokaal lag eenhoog boven de fietsenstalling achter drukkerij Jacob van Campen, met zicht op de Oudezijds Achterburgwal. Een met hout afgeschot hok. De hoofdingang lag aan de Oudezijds Voorburgwal. Met eenhoog de loodzetterij waar de oude zetter Hampe foutloze stroken aflev­erde. Tussen de middag at hij brood uit een trommeltje, legde zijn hoofd op zijn toetsenbord en sliep op de kop af een half uur. Ik liep altijd met een loden regel in mijn zak.

 Meneer van Dongen, chef van de zetterij in een blauwe stofjas, kwam met de brommer uit Noord en klaagde over de meisjes op de pont in minirokjes 'waar je zo onder kon kijken'. Hij was gereformeerd en veranderde elke bastaardvloek in onze stukjes in 'rododendron'.

 De links geworden studentenorganisatie ASVA zei het collectief abonnement op PC op, ze wilden van het geld 'informatiemappen' laten drukken. Wanneer de studenten eenmaal goed geïnformeerd waren over Zuidoost Azië kwam het goed in Vietnam. Zo hadden we van 10.000 opeens 1500 abonnees. Ik suggereerde informatie door het drinkwater te spuiten.

 Wij, dat waren de dichter Karel Soudijn, Peter van Heerden, jongere broer van Jaap, die met Renate Rubinstein ging. Renate, die me soms op de thee sommeerde als ik iets geschreven had wat haar niet zinde, zoals 'het bevolkingsregister in de gracht'. Maar bij de Gemeentegiro kwam ik haar tegen in een donkerrood namaak‑leren rokje en zwartwit gestreepte kousen. Terwijl we wachtten ondervroeg ze me over Bob Dylan, wie dat toch was. Peter kwam bij het Parool terecht waar hij volgens Rudi 'hoofdredacteur van het weerbericht' werd. Verder Theun de Winter, Rudi ter Haar, Hans Vervoort en ik.

 De redactie kwam bijeen in het Oudhollandse Koffiehuis naast het stadhuis dat nu een hotel is. Rudi ‑ dichter van de 'de uitvinding van de romantiek, de zon gaat onder, ik voel mij bijzonder' ‑ was onze belangrijkste redacteur omdat hij nauwelijks schreef, behalve 'Drie omslachtige manieren om weinig geld te verdienen'. Zijn weinige stukken kwamen soms binnen met een getikt begin, een vervolg in rood ballpoint en een slot met potlood. En werden door meneer van Dongen teruggestuurd met 'kopij Hr. ter Haar te laat, kan niet meer mee'.

 Vaak moest ik maandagavond nog twee kolom schrijven ‑ lange tijd bij de een petroleumlamp omdat op Kattenburg geen elektra was. Dat gooide ik 's nachts op de Wallen in de bus, keek naar die ene reusachtige hoer en at een broodje warm vlees op de Nieuwmarkt.

 Rudi's entrees in het koffiehuis waren legendarisch en hij wist het. Hij nam een pauze en zei dan iets als 'mijn moeder heeft zich teruggetrokken uit het openbare leven'. Waarna bleek dat ze in Kampen uit het koor was gestapt.

 Theun en ik deden de layout. Zo vonden we in een schoenendoos de oude kop van PC terug, die er nu nog boven staat. Hans was al volwassen had een brommer, een baan bij het buro Interview en een woonboot aan de Dijksgracht. Daar haalden we een nacht door. Er zijn foto’s van, gemaakt zomer 1967 in de vroege ochtend. Rudi ontbreekt. Karel Soudijn had de redactie al verlaten

Pagina's