Het schuim der dagen

 Nooit eerder een film gezien waaraan ik me eerst zo te pletter ergerde en die me tegen het eind zo ontroerde.

 Er zijn er die de wereld en het mensenbestaan voor 'absurd' houden. De film L'écume des jours, die Michel Gondry maakte naar het boek van Boris Vian uit 1947, berust op dat geloof. In de eerste helft van deze film wordt het beleden met een bombardement van gags waarbij ik geen spier vertrek. Erg geestig moet bijvoorbeeld zijn de 'pianococktail': een klavier dat achter elke toets een drankje verbergt zodat je er cocktails mee kunt mixen. Leuk? Jean-Paul Sartre komt erin voor en heet conse­quent Jean-Sol Partre. Leuk? In 1947 al niet.

 Maar dwars door die niet ophoudende stortvloed van mal­lotigheden, de filmslapstick aller tijden, van Helzapoppin tot Michael Radfords verfilming van''1984' of Woody Allens 'Everything you always wanted to know about sex' groeit een verbittering. Die uitmondt in de dood van de enige levende mens in de film, Chloé, de vrouwelijke hoofdrol. Zij sterft aan een waterlelie die in haar longen groeit en wordt behan­deld zoals dat in die wereld nu eenmaal gebeurt.

 Tragiek, surrealisme, jazz - ook Duke Ellington treedt op - en slapstick in één drama samengebracht. Ongelooflijk maar waar.

Edgard Tytgat

 Is een schilder die niet anders kon of wilde dan de kroniek van z'n leven tekenen, schilderen en ook schrijven. In z'n vroege jaren woonde hij vlak bij z'n vriend Rik Wouters en diens vrouw en model Nel in Watermael, aan de zuidrand van de stad.

 Ze waren straatarm. Toen de eerste Wereldoorlog uitbrak vluc­htten Rik en Nel naar Amsterdam, waar hij in 1916 stierf. Edgard maakte ter nagedachtenis in Londen een diep ontroerend boekje met teksten en kleurhoutsnedes, getiteld 'Quelques images de la vie d'un artiste', waarin hij hun gelukkige jaren sinds 1907 vastlegde.

 De wandeling naar de kapel aan de Welriekende Dreef, waar ze boterhammen met platte kaas aten, Nel altijd in haar roodwitte – van vele schilderijen bekende - strepenjurk. En ook hoe Tytgat poseerde voor een beeld van Rik dat helaas nooit af kwam omdat hij naakt moest staan en het voortduren vroor en zeer koud was.

 Eens, schrijft Tytgat, vertelde Rik onder het werk over een droom die hij had, van een prachtig kasteel en tekende het meteen op de muur van het atelier. Natuur­lijk lagen Nel en hij in een hemelbed in dat kasteel. Tytgat (1879-1957) legde ook dit verhaal vast in kleurhoutsneden.

Doctor Murkes gesam­meltes Schweigen

 Doctor Murke is de getergde radiomaker uit een verhaal van Heinrich Böll uit 1955. Murke verzamelt naast zijn werk het zwijgen van radiosprekers. En van zijn vriendin.

 Technicus is hij niet. Murke draagt de titel doctor omdat hij programmamaker is, redacteur culturele programma's. Maar er komt wel een technicus in het verhaal voor.

 In 1968 was ik bij de Westdeutsche Rundfunk in Keulen waar ik zag hoe zo'n Herr Tonmeister, steevast gekleed in een witte jas, te werk gaat. Geluidsband monteerde hij - anders dan in Neder­land - met knippen en plakken. De reststuk­jes klemde de Ton­meister aan klemmetjes tegen de muur. Een studio vol stukjes tape. Zo begreep ik hoe het toegaat als in het verhaal van Heinrich Böll in een toespraak over kunst en religie het woordje Gott - de spreker heeft zich bedacht - vervan­gen moet worden door 'jenes höhere Wesen das wir verehren'.

 De spreker moet dan terugkomen om het in alle naamvallen in te spreken, dus de genitief 'jenes höheren Wesens das wir verehren', de datief 'jenem höheren Wesen das wir vereh­ren' enzovoorts. Er is zelfs een vocatief waar de spreker verzuchtte 'Oh Gott'. En dat moet er dan met schaar en tape weer tussen geplakt worden nadat Murke eerst 'Gott­', 'Go­ttes' en­zovoorts eruit heeft laten snijden. Dat zijn 27 knippen. Een deel van Bölls grap is dus 'lost in translation' omdat wij geen naamvallen kennen.

 Toen ik zo’n montage in Keulen – studio tegenover de Dom - gezien had begreep ik hoe Dr. Murke zijn stukjes zwijgen aan elkaar plakte tot een stilte die hij 's avonds thuis kon afdraaien om tot rust te komen.

 En nu hebben de erven van het blad Raster tot m'n verheugenis dit oer-radiover­haal - vertaald door Jacq Vogelaar - online gezet. In de prachtige tv-versie is de montagekamer trouwens gemoderniseerd. Heel goed.

Filmland (2)

 Morgenavond, wanneer we worden uitgezonden, zal het minstens zo warm zijn als op de dag dat ik met Marijke van Warmerdam aan het kanaal, onder de spoorbrug en verderop zat. 

 Verderop, weer zo'n woord. Een woord als soms of even later, waarin zo veel mogelijk besloten ligt. Maar toch, een tijd- of plaatsbepaling. Zo bewegen zich de coördinaten in Filmland. We tasten af wat ons begrenst. De horizon, de hoorgre­ns, de temperatuur. En dan, wat zegbaar is. Eigenlijk, zeg ik, zou je het liefst zeggen 'kijk maar'. 

 En dan komen we terecht in overwegingen over haar filmloop 'Roeren in de verte', waarin een hand met 'n lepeltje aandachtig in een koffiekopje roert terwijl het achter een raam steeds meer begint te sneeuwen. Roeren in de verte. Veraf, dichtbij, de twee die in Marijkes werk steeds terugkomen. Hoe veraf is dichtbij? Hoe dichtbij is veraf?

 'Het lijkt wel of je - die hand die in de koffie roert wordt vanzelf de jouwe, als toeschouwer - of jij door te roeren het harder kunt laten sneeuwen.'

 'Gek daar had ik nou nog nooit aan gedacht.'

 Neemt ze me nu in de maling? Veraf, dichtbij. Daar zitten we met z’n tweeën. Op klapstoeltjes, want zo hoort 't in Filmland.

XXXL Painting

 Te midden van de reuzendecors in de Onderzeebootloods van Boijmans op de Heijplaat kom je onverwacht terecht bij een buitenissige afdeling kostuums.

 Extra Large zijn de pakken die Klaas Kloosterboer voor zich­zelf maakte. Grote pakken, grote broeken. Er draaien video's waarop sommige ook aangetrokken en gedragen worden. Ik herken een van mijn striphelden uit de jaren '70, de robot Archie, de man van staal. Kloosterboer wordt Archieman, 'de man van kunst'. Hij kleedt zich aan, wat in deze uitdossing ondoenlijk is en tragikomisch werkt. Ik bleef maar kijken naar deze filmloops, getiteld Pulp Machinerie #1 en #2. De roodwitte Grosze Hose en meer.

 'Ik projecteer mezelf in deze kostuums', zegt Kloosterboer. 'In het hele grote pak met al die gaten en kleren zie ik mezelf als een opgezwollen persoon­lijkheid.'

 En zo bewegen er tussen de decors in de loods toch wankelende, tastende giganten.

 ps. Kijk vooral naar de Youtube.. Hij noemt het ''Ballast'', maar het is een liefdesgeschiedenis..

Filmland (1)

 We zouden naar de wereld die Marijke van Warmerdam verzint. Dat kon werkelijk overal zijn, zei ze. Het moest een naam hebben, het moest maar 'Filmland' heten.

 'Locatie' was het woord waarmee we begonnen. Maar wat is een locatie op de radio? Komende vrijdag is onze expeditie in de Avonden te horen. Ik heb Marijke - die voor één keer berust in de regie van een ander - meegenomen naar een radiolocatie.  

 Als bermtoeristen zitten we op klapstoeltjes aan voorbij­razende geluiden. Trains and boats and planes. We eten chocolaatjes met verse aardbeien en drinken er thee met gember bij. Dat is haar recept.

 Het is de warmste dag van het jaar. De geluiden maken het extra warm. Dit eindigt met eenden, zwaluwen en tenslotte citroenvliegjes. Maar zo ver zijn we nog lang niet. Die komen op locatie nummer 2

 Zullen we praten? De treinen boven ons hoofd, de aken voor onze neuzen zijn zo attent ons voortdurend te onderbre­ken... Onderbreking is goed voor een gesprek. Omdat er steeds weer een cliffhanger ontstaat, en na het oorverdovende geluid een nieuw begin.

Brakman's beterschap

 Mijn briefwisseling met Willem Brakman werd in de laatste jaren getekend door bemoediging want er was ziekte en tegenslag. Gelukkig had ik ook af en toe wat. 

 10/6 2000

 Beste Wim,

 Dank voor je brief en wel veel. Ik heb een specialist die mij de lof zong van de e-mail. Mijn dochter schrijft weer brieven! zei hij. Over en weer, de dag door met een vriendin. Dat is geen schrijven, zei ik, maar praten. Schrijven is gaan zitten, de persoon voor de geest halen en hem aanspreken of schrijven op zijn specifieke struktuur. Dat zag hij niet zo.

 Zo haast ik mij je te antwoorden omdat ik binding heb met jouw struktuur, zonder die, en dit zij met dankbaarheid gezegd, totaal te kennen. Zo zul je beleven hoe en wat controle is. Het is de enige weg. Rara. Maar achter de ene controle steekt de volgende alweer in de binnenzak en dat is fnuikend..

 Dit plaatst iemand stevig in de wachtkamer en niet in de zonneschijn. De sterken dragen die last met verve maar ik niet. Ik wil er gewoon geheel van af zijn. Maar helaas, ik ben om met Bach te spreken despised and rejected.. onderdrukt, misbruikt, uitgezogen. Ik! en dat is hij die daar gaat! en dat is ik! sodeju.

 Mijn advies is hier zoek de 'korte perspektieven'. Tel uwe zegeningen, al was het maar de aankoop van de zo het haar vertroetelende zeven granen shampoo! Of eens rustig en beschouwend een plas te doen op een eenzame bomenlaan. Of je te verheugen. Intens. Op de verpletterende nederlaag van Oranje die zich zonder meer zal voltrekken. Jammer van Oranje maar dat hoort bij mijn zo ongecompliceerde geluksgevoelens.

 Cheers.

W.

Tags: 

Loods

 Was bij XXXL Painting in de Onderzeebootloods van Boijmans op Heijplaat, waar Chris Martin, Klaas Kloosterboer en Jim Shaw de grootste formaten hanteren.

 Hoe zoiets gaat. Het wordt bij alledrie een voorstelling. Wat Jim Shaw (1952) in zijn hal uithaalt neigt naar een reusachtige collage, samengesteld uit oude, opengeknipte toneeldecors, tekeningen, uitvergrote foto's en zetstukken. Thematisch komen die onderdelen zonder uitzondering voort uit de praktijk van de jaren '60, toen immers vrijwel alles wat de hippiebeweging bracht ontstond uit recycling. Van Art-Nouveau tot Dada en politiek anarchisme. Shaw blijkt een post-hippie.

 Hij vertelt er ook nog verhalen bij op film, maar dat is echt niet nodig. Grapjes moet je niet uitleggen. Wat hij in zijn reuzentheater heeft neergezet spreekt voor zichzelf.

 Ja, de sixties waren postmodern. Met de neergang van de beschaving als obligate knipoog.

 Acteurs in deze decors worden vanzelf wij, de toeschouwers daar in de hal van de Onderzeebootloods. De spelende mens en z'n kinderen hadden het zichtbaar naar hun zin.

Brief

 Het goede nieuws is dat Querido in november Alle Verhalen van Willem Brakman (1922-2008) uitbrengt. Dezer dagen ben ik bezig met een keus uit de brieven die hij me schreef. Deze van 6 mei 2005. Ik schreef hem over mijn grootvader, die op de Haagse Frankenslag woonde en redactiesecretaris van het blad 'Wending' was. Hij:

 Beste Wim,

 Zeer veel dank weer voor je zo fraaie brief. Ik kan me zo langza­merhand een deel voelen. Ja 'Wending' daar heb ik weet van. Het is opgehouden te bestaan toen men (per ongeluk) de herdenking der doden verwisselde met het bevrijdingsfeest. Dat kwam het nummer zeer ten goede. Bernlef zat niet in de redactie.. zat nooit in een redactie, heette ook geen Bernlef! en zelfs dat niet.

 Wij zijn een dapper volk. Zie het gezicht van ene Erik de marinier, wel wapens dragen maar geen ammunitie meer, dat is wel degelijk overwogen. Het doet even denken aan het russische volk dat het paleis bestormde. 'Niet op het gras lopen' was de kreet, die blijkbaar nog sterk nagalmt.

 Gehoorzaam: er is nu een vliegtuig gebouwd dat 850 passagiers kan vervoeren. Dat schat ik toch wel op 2 stille tochten. Er zijn al plannen voor een vliegtuig dat helemaal niet meer hoeft op te stijgen. Men gaat er bij de staart in en komt er in Amerika weer uit.

 O bitter woord. waar heeft men de goede woorden weggestopt. De oerbeelden: de boom, het huis, de veldweg, de avond, de nacht. Wie ze nog gebruikt wordt geflitst en kan het bedrag automatisch overmaken: punt.NL (?). Zacht klinkt Clementine. Iemand richt het woord tot mij. Welk behagen. Insecten zijn het laatste leven hier op aarde. Zij zijn de tongen van de toekomst. Men moet de tekenen verstaan: alle pocketboeken stribbelen tegen, willen zich openen, klappen dicht. Ik heb een pocketkamer besteld maar dat is slecht materiaal, hol en gebouwd door onbetrouwbare guitaarspelers. Waar is de geur van het goede boek gebleven. Het is een zuchten zonder fluïdum.

 Door mij zeurt een flard gedicht:

The woods are lovely

Dark and deep.

But I have promises to keep

And many miles to go

before I sleep

 

Mooi, maar een ander gedicht is mooier:

Kort en goed/Dead man

                   Walking

 

Alle goeds (vanwege een wat saaie zondagmiddag)

Tags: 

Greonterp

 In de zomers van de jaren '90, toen Gerard Reve aan zijn beton­nen vesting in Frankrijk bouwde belde hij me 's avonds vaak. Hij verveelde zich, Joop kwam meestal niet mee, die sprak geen Frans.

 We leuterden eindeloos, over niks. Celluloid op de fiet­sensturen van vroeger, of de letters SH achter op een driewie­ler. Ik kocht legertentjes voor hem. Eens vertelde ik hem wat ik van m'n vader wist. Voor de oorlog konden officieren in het Nederlandse leger als ze op oefening waren in geval van nood­weer samen een tentje maken van hun beider capes. Ze hadden daarvoor een tentstok in hun bepakking en de capes kon je aan mekaar knopen. Met mekaars lichaamswarmte bleef je warm in het veld. Van dit verhaal kon Gerard geen genoeg krijgen.

 'Vertel nog eens van de officieren en die capes..'.

 Nu is er Reve-nieuws. Teigetje, Woelrat, Hester Witteveen en Grytsje Couperus nodi­gen me uit voor de viering van Mariahemelvaart, ofwel 'de Tenhemelopneming van de Glorievolle en Gezegende Maagd', op het kerkhofje voor 'Huize Het Gras' in Greonterp, op donderdagavond 15 augustus. Ze eren ook, met rode wijn, het leven en werk van Gerard Kornelis Franciscus van het Reve, die in 'Huize Het Gras' woonde en werkte. Ze zullen oa. voorlezen uit de vele nooit gedrukte brieven die hij in 'Huize Het Gras' schreef aan Tijger (de rechten berusten bij Joop).

 Of het 'komt allen' is weet ik niet. Maar het zal wel goed zijn.

 Hun fotoboek Huize Het Gras en vooral 'Ons Leven Met Reve' zijn zeer aan te raden: een goed geschreven andere kijk op Reve.

Tags: 

Pagina's