Waarom is het zo donker bij de eerste Hollandse expressionistenschool, die van Bergen? Leo Gestel, Else Berg en Mommie Schwarz, de gebroeders Wiegman, Piet van Wijngaerdt. De jonge Wim Schumacher.
Ik denk omdat het in Bergen, onder de bomen altijd donker is. Het is vaak najaar, net als nu, de hoge bomen staan nog in blad, al vergeelt het al hier en daar. Ze druipen van het vocht.
De Nederlandse avant-garde komt hier op een voor mij nieuwe manier naar voren. Wonderlijk hoe twee handenvol schilders - zo kort na de Franse schilderrevoluties - het in de jaren tussen 1914 en 1920 zo eens konden zijn over onderwerpen en hoe ze te doen. Ze moeten daar in Bergen vaak bij mekaar over de vloer zijn geweest, hadden er zomerverblijven of woonden er, al waren de meesten Amsterdammers. De stoomtram reed vanaf 1905 al naar Bergen, vanaf 1909 's zomers ook naar Bergen-aan-Zee. Deed er een uurtje over.
En er werd gereisd, naar Parijs, naar het Zuiden.
Wat me verblufte, de onderwerpen lijken zo alledaags, maar steeds worden ze vanuit andere hoeken in andere composities bekeken en in de kleur gezet. Dat kan alleen als je een bent met je onderwerp. De schilderstijl is heel direct. Je moet er met je neus bovenop om dat goed te zien.
De club had het modernisme 'puur om de stijl', het fauvisme, pointillisme, kubisme, whatever achter zich gelaten. Cezanne was hun held. Ze wilden hun onderwerpen werkelijk tot leven krijgen. En dat lukte, ga kijken in het Singermuseum in Laren.
ps. Renee Smithuis, die deze - haar - collectie aan Singer cadeau deed, schreef ook de gave catalogus.